Opiniez.nl

Asscher gaat voorop
in de rituele reiniging

Kabinet-Rutte III zal ook moeten terugtreden

Zal het kabinet morgen het voorbeeld van Asscher volgen en aftreden? Maar als vervolgens alles bij het oude blijft, is dit niet meer dan een rituele reiniging, stelt Freek van Beetz. Wanneer wordt er nu eens kritisch gekeken naar het functioneren van onze overheid?

Op het moment dat ik deze column schrijf is het nog onzeker of het kabinet Rutte III zal aftreden naar aanleiding van de snerpende oorvijg ‘Ongekend onrecht‘, die het van de Commissie Van Dam kreeg toegediend, over wat de Toeslagenaffaire is gaan heten. Daarover schijnen de coalitiepartners nog steeds verdeeld te zijn.

Morgen, vrijdag de vijftiende, zal het definitieve besluit worden genomen.

 

 

Demissionair

Ik denk dat het kabinet niet veel anders rest dan de rit tot aan de komende verkiezingen uit te zitten als demissionair kabinet. Dat wordt nog aangescherpt door het besluit, vanochtend 14 januari, van PvdA-leider Lodewijk Asscher, om de handdoek in de ring werpen: hij stopt als (kandidaat-)lijsttrekker van de partij voor de komende verkiezingen en zal na die verkiezingen ook niet in de Tweede Kamer terugkeren.

Dat is een hard gelag voor de PvdA: nog maar kortgeleden achtte Asscher zich juist bij uitstek geschikt om het vertrouwen van de burgers te herstellen, maar kennelijk is de steun binnen de partij onvoldoende om het wantrouwen van de kiezers – en daar gaat het uiteindelijk om, en niet om de steun van trouwe partijtijgers – te herstellen.

 

Prijsschieten

De peilingen schetsen immers vooralsnog een weinig hoopgevend beeld voor de man die zich een paar maanden geleden al de komende premier waande. Volgens de laatste prognoses komt de ooit zo grote sociaaldemocratische partij de daverende klap van vier jaar geleden (van 38 naar 9 Kamerzetels) nauwelijks te boven. En daar zou Asscher, die als minister van Sociale Zaken medeverantwoordelijk was voor het leed dat tal van mensen door overheidsoptreden is toegebracht, in de verkiezingscampagne voortdurend aan herinnerd worden: ondanks de excuses zou het immers prijsschieten worden voor politieke tegenstanders.

 

Ambtelijke formulering

Juist de man, die volgens NOS-verslaggever Wilco Boom de PvdA “terugbracht naar een meer klassiek sociaaldemocratische koers waarin alles draaide om het begrip bestaanszekerheid”, verschool zich achter een nietszeggende ambtelijke formulering (“niet kunnen treden in individuele gevallen”) toen een radeloze grootmoeder in 2013 bij hem aan de bel trok: “Zo kreeg ik eind 2013 een brief van een grootmoeder over de Belastingdienst die een groot bedrag van haar zoon en schoondochter terugeiste naar aanleiding van de verstrekte toeslagen voor haar kleinkinderen. Het was een van de ouderparen uit de Appelbloesemzaak – waar fraude was geconstateerd door een gastouderbureau. Bij mijn voorbereiding op de verhoren las ik die brief weer. Tot mijn spijt heb ik haar destijds geantwoord dat ik niets kon doen in individuele gevallen. Ik heb geen alarm geslagen. Vorige maand heb ik een gesprek gehad met de grootmoeder en de ouders, ik ben hen dankbaar dat ze met me wilden praten. Ik heb haar persoonlijk verteld hoe ik erg ik het vind dat ik geen onraad heb geroken toen ik haar brief kreeg.”

 

 

Onvergeeflijk

Onvergeeflijk voor een politicus die zegt op de bres te staan voor de belangen van de zwakkeren in de samenleving.
Maar Asschers terugtreden zou ook wel eens bepalend kunnen zijn voor het besluit van het kabinet: kunnen de betrokken bewindslieden nog aanblijven nu een van de hoofdrolspelers, weliswaar geen kabinetslid meer, de consequenties trekt uit het oordeel van de commissie Van Dam?

Dat zou mij verbazen.

 

Schuldbekentenis

Ik reken dus op een demissionaire status van Rutte III. Maar wat betekent dat eigenlijk? Het is een daad, een soort schuldbekentenis. Maar vooral ook een ritueel. Want het kabinet regeert uiteraard door: er is, zeker in Coronatijd, veel werk aan de winkel en in dit geval zal het adagium ”alleen lopende zaken afhandelen” ruim worden geïnterpreteerd. Maar wat zullen de gevolgen van het terugtreden van Asscher zijn voor de andere hoofdrolspelers: Rutte, Hoekstra, Wiebes en Van Ark?

In het bijzonder de twee eerstgenoemden: de beoogde lijsttrekkers van hun partijen. Ongetwijfeld zullen VVD en CDA weer coalitiepartners zijn in het volgende kabinet en eerlijk gezegd reken ik er niet op dat de VVD straks zonder Rutte door zal gaan. De premier geniet in de peilingen klaarblijkelijk veel meer vertrouwen dan de zo berouwvolle Asscher. En kan het CDA wel door zonder Hoekstra, die de partij nu net een beetje uit het dal lijkt te trekken?

 

 

Rituele reiniging

Het is mogelijk niet zonder reden – en ook veelzeggend – dat de kiezers het Asscher zwaarder aanrekenen: de PvdA staat, of stond, kan ik beter zeggen, immers voor de ‘gewone man’. Kennelijk speelt dat bij VVD-kiezers een minder bepalende rol en het CDA voelt zich natuurlijk geruggesteund door het werk van het onvermoeibare en vasthoudende kamerlid Omtzigt, die zich bij de laatste verkiezingen overigens alleen door een indrukwekkend aantal voorkeursstemmen een CDA-zetel in de Kamer verwierf.

De hoofdrolspelers keren dus terug, zonder Asscher, althans daar ga ik van uit. De rituele reiniging heeft zich dan voltrokken en de kiezers zullen in maart mogelijk meer door de Coronacrisis worden bewogen dan door, hoe kwalijk ook, de grove schending van de beginselen van de rechtstaat waarvan tienduizenden burgers slachtoffer werden.

 

Consequenties

En dat geeft te denken: als alles bij het oude blijft, zal er niets of weinig veranderen. Hooguit zal, vandaar dat ik het over een ‘rituele reiniging’ heb, hier en daar wat kosmetisch veranderen. Want wanneer zal de gedupeerden eindelijk recht worden gedaan? Welke consequenties trekt de Raad van State uit de snoeiharde conclusies uit ‘Ongekend Onrecht’, nu de beginselen van de rechtstaat op zo’n grove wijze zijn geschonden door een orgaan, dat juist die rechtstaat moet behoeden? Welke conclusies trekken de leden van de Tweede Kamer uit hun hijgerige jacht naar publicitaire ego-momenten voor de camera en in de media, in plaats van wat meer aandacht voor zorgvuldige wetgeving en het bewaken van ordentelijke en rechtvaardige uitvoering van de wetten die daar worden gemaakt?

 

 

En wanneer wordt nog eens kritisch gekeken naar het functioneren van onze overheidsorganisatie? De overheid is geen koekjesfabriek, schreef ik ooit. En waar vindt de benarde burger gehoor nu de benaderbare overheid is weggesaneerd en de bereikbare ambtenaar achter een bureau vervangen is door een onverbiddelijk algoritme?

Waarom zijn al die glasheldere, maar ook harde analyses van Herman Tjeenk Willink over het functioneren van onze overheid toch vooral voor kennisgeving aangenomen?